Museum

Erfgoededucatie past goed bij kunst- en cultuureducatie. Beter dan educatoren, specialisten en leraren vaak denken. Denk daarbij voor het voortgezet onderwijs aan de kerndoelen voor Kunst en Cultuur: deze gelden voor de eerste twee leerjaren van het vmbo en de eerste drie van havo/vwo. De kerndoelen zijn voor alle drie de schoolniveaus hetzelfde. Het leergebied Kunst en Cultuur moet aansluiten op de kerndoelen van het leergebied Kunstzinnige Oriëntatie van het basisonderwijs, wat onder meer betekent: ‘verdere aandacht voor het cultureel erfgoed en voor de relatie tussen kunstuitingen en het dagelijks bestaan in al zijn culturele diversiteit’. Maar de inhoud in de onderbouw van het VO moet ‘in de eerste plaats gezocht worden in de kunstzinnige disciplines’. Daarom gaat het in deze kerndoelen alleen over kunst en niet over erfgoed. Erfgoed moet je zoeken bij het leergebied Mens en Maatschappij en komt zo meestal terecht bij het vak geschiedenis.

Echter, zo schrijft de SLO in de ‘concretisering kerndoelen kunst en cultuur’: deze kerndoelen duiden op vaardigheden, ‘over thema’s en inhouden wordt niet gesproken’. Daarom heeft de SLO vier thematische kernconcepten ontwikkeld waarmee het geheel kan worden ingekleurd. Deze kernconcepten: identiteit & diversiteit, inspiratie & vormgeving, media & communicatie en kunst & maatschappij bieden ook ruimte aan cultureel erfgoed. Vul om te beginnen overal in de kerndoelen naast ‘kunst’ en ‘kunstzinnige disciplines’, ‘erfgoed’ in; denk ‘erfgoedbeschouwing’ in plaats van ‘kunstbeschouwing’:

Kerndoelen kunst en cultuur vo:

48. De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines [erfgoederen] te onderzoeken en toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.
49. De leerling leert eigen kunstzinnig werk [erfgoed], alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.
50. De leerling leert op basis van enige achtergrondkennis te kijken naar beeldende kunst [erfgoed], te luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans - of filmvoorstellingen.
51. De leerling leert, met behulp van visuele of auditieve middelen, verslag te doen van
deelname aan kunstzinnige activiteiten [erfgoedactiviteiten] (als toeschouwer en als deelnemer).
52. De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk [erfgoed] en werk [erfgoed] van anderen, waaronder kunstenaars.

In kunsteducatie wordt allang gewerkt met, naast de vaardigheden ‘receptie’ en ‘reproductie’, de creatieve vaardigheid ‘productie’. Deze vaardigheid past goed bij erfgoededucatie. Maar zet haar dan eens niet in als ‘kunstzinnige verwerking’ bij het historische erfgoedproject (teken het kasteel na) maar als productie van erfgoed. Dit doen de leerlingen als ze bezig zijn met erfgoedwerk. Kijk de kunst af bij de kunstvakken: als de leerlingen zelf een toneelstuk, beeldend werkstuk of dans mogen onderzoeken, interpreteren, verbeelden én maken; waarom zouden ze dit dan niet kunnen doen met erfgoed?

Voor het primair onderwijs is de uitwerking van de kerndoelen van TULE in dit opzicht interessant, en dan vooral leerlijn B van kerndoel 56 dat onderdeel is van de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie: ‘beeldende kunst als aspect van cultureel erfgoed’. Hierin is ruimte voor

  • de eigen associaties van kinderen
  • het verhaal van het kunstwerk vanuit het perspectief van het kind
  • de betekenis van een kunstwerk of gebruiksvoorwerp in relatie tot de tijd en de (sub)cultuur waarin het is ontstaan
  • de eigen beeldcultuur van kinderen.

Voor al deze suggesties worden voorbeelden gegeven van wat je daarmee kunt doen in de klas. Deze suggesties en voorbeelden zou je op alle soorten erfgoed kunnen toepassen, dus niet alleen op beeldende kunst; een uitstekende manier om erfgoedwijs onderwijs te maken dat past bij de kerndoelen.

Deze tekst is afkomstig uit mijn boek Educatie in erfgoed.